Ik vind parels, overal. Pak ze op en bekijk ze van alle kanten. Doop ze in een beetje inkt.
René schrijft verhalen, columns en gedichten

Adempauze


Hij spreekt me toe. Zijn vertrouwde stem. Ik richt me op mijn ademhaling want ik weet dat hij dat zal gaan vragen. Een rondgaande beweging gaat tot diep in mijn buik. Zonder haperingen. Het voelt anders vandaag. Sneller dan ooit voel ik emotie opkomen. Diepe stukken. Babygehuil. Toch is het niet pittig. Alsof ik een fikse kater doorleef. Weten dat je ergens doorheen moet en dat het goed is. Jeru Kabbal leidt een reis door mijn gevoelens en emoties. Hoe vaak zou hij deze meditatie zelf al gedaan hebben? Ik boer al mijn frustraties op. Spuug het uit. Opgelucht dat dit gif in ieder geval uit mijn lichaam is. Er komt ruimte in mijn borstkas. Een muur wordt gesloopt. Ik zucht opgelucht. Ineens zie ik een kleine boot voor me. Aan de overkant van het water wordt geseind met een grote lamp. Een oude schipper met een groene muts bedient het roer. Kleine ogen boven een grijze stoppelbaard. Mensen houden zich schuil onder zwart landbouwplastic. Waarom komen deze beelden in me op bij het horen van vioolmuziek? Ik ga terug naar mijn ademhaling. Felle kleuren doemen op in mijn binnenste. Een oog opent zich langzaam. Een wit licht wordt langzaam steeds scherper. Een schok in mijn onderste chakra. Tranen vloeien. Blijdschap om hereniging. Ik heb contact met de bron. Afgescheidenheid verdwijnt door de juiste ademhaling. Adem betekent tenslotte ziel. Ik adem grote cirkels van mijn tong tot mijn stuit. Jeru coacht. Walsmuziek brengt me in een enorme balzaal. Het is een vrolijke bende. Paren zwieren voorbij. Heb ik hier geleefd? Ik verdwaal in mijn gedachten. Zie een lint van mensen door een kloof in de bergen. De instructies van een dikke norse man borrelen nog na in hun lijven. 'Als er geschoten wordt, lopen jullie gewoon door, zonder geluid; als er iemand geraakt wordt, lopen jullie gewoon door, anders verraden jullie de anderen.' Weer zie ik een seinend licht in de verte. Hoewel mijn begeleider benadrukt dat ik mijn focus op mijn ademhaling moet houden, struin ik verder door vergeten herinneringen. Ik denk aan de Tsjetsjeense vluchteling die me vertelde hoe hij gemarteld werd. De rode plekken op zijn borst. De stroom uit een vieze accu. De twee Tibetaanse jongens met wie ik niet mocht spreken van hun advocaat. Te getraumatiseerd. De twintigjarige Irakees die door alle ontberingen oogt als een veertiger. Zijn pijnlijke gewrichten door onnatuurlijke houdingen die hij moest aannemen tussen de pallets. Tien dagen op een fles water en een zakje pinda's in een oude roestige vrachtwagen. Zonder daglicht. Ik ben weer in de rustruimte van het aanmeldcentrum. Vandaag kan iedere asielzoeker die dat wil met alle mogelijke vragen bij me komen. Als een magneet word ik naar een Afrikaanse jongen getrokken. Ik haal koffie voor hem. Tegenover elkaar aan een tafeltje doet hij zijn verhaal. Zijn openheid verrast me. Hij is even oud als ik. Vergeleken bij hem ben ik groen als gras. Kameroen ontvlucht. Vrouw en kind achtergelaten om in Zuid-Afrika in diepe mijnen te zwoegen. Discriminatie van Afrikanen onderling. Er blijkt verschil te zijn tussen de verschillende kleuren zwart. Zien aan elkaar uit welk land ze komen. Het constante leven in angst. De bedreigingen. De berovingen. Een revolver tegen zijn hoofd. Benoit slijt zijn dagen in een asielzoekerscentrum in Arnhem en moet zich iedere week melden in Zevenaar. De verlengde procedure. Hij heeft zijn vrouw en kind nu twee jaar niet gezien. Hij toont geen emotie. Alsof hij het verhaal van een ander vertelt. Iedere week op de sofa bij een psycholoog. Hoeveel kan een mens hebben, vraag ik me af. Ik heb inmiddels mijn computer uitgezet. Jeru Kabbal het zwijgen opgelegd. Mijn gedachten nog steeds bij Benoit. Om zijn demonen te bevechten, fietst hij vaak naar de bibliotheek om daar rustig wat te zitten lezen. Ik zie beelden voor me van hoe hij ploetert op de Nelson Mandelabrug. Een laatste heuvel tussen zijn huis en de rust.

08-02-2015