Ik vind parels, overal. Pak ze op en bekijk ze van alle kanten. Doop ze in een beetje inkt.
René schrijft verhalen, columns en gedichten

Solange


Tegenover mij zit een stevige vrouw. Ze lijkt ouder dan ze is. Laag voorhoofd. Kort kroeshaar. Ze oogt wat mannelijk. Bloeddoorlopen ogen. Ik lees angst. Ik voel haar angst. Ik zal haar vragen gaan stellen. Vragen over haar komaf. Vragen over haar vluchtverhaal. De tolk zal mijn vragen en haar antwoorden vertalen. Zij en de tolk spreken Fon. Ze komen beiden uit Benin. Hij heeft het geluk in Nederland gevonden. Voor haar is dat nog maar de vraag. Ik ben vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk Oost Nederland. Ik zal haar zo goed mogelijk proberen voor te bereiden op het alles beslissende nader gehoor bij het IND. Zal haar erop wijzen niet te liegen. Dat er geen gaten mogen zitten in haar verhaal. Ik bel de tolk.

Solange vraagt zich af waar de prettige stem van de tolk vandaan komt. Zichtbaar blij met de herkenning van bekende klanken. Verwonderd over zoveel techniek. Via de intercom van de telefoon wisselen Solange en de tolk beleefdheden met elkaar uit. Ze kruipt bijna in de telefoon. Alsof ze vermoedt dat hij erin zit. De eerste en de derde wereld komen samen. Ik heb even gevoelens van schaamte.

Solange komt uit Hewe, een klein dorpje in het uiterste zuiden van Benin. De tolk komt uit de grote stad. Ze begrijpen elkaar. Tenminste, zo lijkt het. Solange is nogal kort in haar antwoorden. Na drie jaar 'lagere school' was ze thuis harder nodig. Op een klein marktje moest ze haar moeder helpen in de verkoop. Iets met limonade en lokaal etenswaar. Ik zie lemen hutten voor me. Licht riet als daken. Een geluk dat ik twee jaar eerder in Malawi was. Het maakt inleven zoveel makkelijker. Ik weet echter ook dat er typisch westerse vragen in Zevenaar op haar afgevuurd zullen gaan worden. Geboortedocumenten? Nog nooit van gehoord. Diploma's van school? Ze heeft wellicht onder een boom les gekregen. In het document dat twee dagen eerder is opgemaakt in Ter Apel, lees ik dat ze zeven juli geboren is. Het had maar zo gekund dat er standaard de eerste van januari zou staan, bij gebrek aan informatie. Ze komt uit een primitief stukje Afrika, het Nederland van vele eeuwen geleden.

Ze is met een grote vogel gekomen en daarna met van die lange dingen. Toen was ze hier. De tolk doet zijn uiterste best. Overbodig legt hij uit dat het om een vliegtuig en treinen moet gaan. De man naast haar in de vogel had de paspoorten in zijn bezit. Ze heeft ze niet ingekeken. Ze wordt zenuwachtig als ik doorvraag over de man. Ze neemt hem en eventuele anderen in bescherming. Hoewel ik blijf hameren op het feit dat leugens keihard worden afgestraft, zwijgt ze in alle toonaarden. De voodoo heeft haar in zijn macht. Ik geef niet op. Ik wil mezelf in de spiegel aan kunnen kijken en tegen mezelf kunnen zeggen dat ik er alles aan gedaan heb. Volgens haar was de man gewoon aardig en deed hij dit voor haar. Ze heeft geen besef van geld. Of acteert ze erg goed?

Hoe kan Solange me uitleggen door welke landen ze gereisd is? Eigenlijk wordt het mij nu pas pijnlijk duidelijk dat ze analfabeet is. Om nog maar te zwijgen van vreemde talen onderweg. Er is weinig van dit reisverhaal te maken. Natuurlijk heeft ze geen enkel treinkaartje of ticket.

Mijn gedachten gaan naar haar toekomst. Ze zal de hoge kosten terug moeten betalen aan de mensensmokkelaar. Ik zie haar maar moeilijk voor me achter de ramen. Ik vrees een luguber circuit. Ik denk aan bizarre perversiteiten op een zolderkamertje ergens in een oude woonwijk. Dat ze nauwelijks daglicht zal zien. Ik word misselijk van mijn eigen gedachten. Een collega leerde mij een paar weken geleden dat alles wat je kunt verzinnen ook bestaat. Ik schrijf de code 'B9' op het formulier voor in haar dossier. De code voor signalering van mogelijke mensenhandel. Ik kan niet anders dan er het beste van hopen.







11-09-2014