Ik vind parels, overal. Pak ze op en bekijk ze van alle kanten. Doop ze in een beetje inkt.
René schrijft verhalen, columns en gedichten

Santiago de Chile


Eindelijk trof ik haar, de moeder van de tweeling met wie ik opgroeide. De vraag die al zolang op mijn lippen brandde, kon worden gesteld. Ze was me voor:

'Michel woont al bijna twee jaar in Chili.'

Ze sprak honderduit, dat hij daar getrouwd was en dat ze erbij waren. Dat het meeviel voor zijn broer en haar, ze konden immers facetimen. Vanuit Santiago de Chile had hij zelfs met de televisie geholpen, die raar deed. Dat ze daar gelukkig van appartement gewisseld hadden, eentje met tuin, de hoofdstad was nu namelijk helemaal dichtgespijkerd. Je moest toestemming vragen en een verklaring tonen als je boodschappen wilde doen. De term 'voor Corona' viel vaak, alsof dit het nieuwe 'voor Christus' was.

We stonden aan weerszijden van het pad. Een oude man, de kaken strak op elkaar geklemd, schuifelde voorzichtig tussen ons door, alsof we twee poortwachters waren. Ondertussen bleef ik haar aankijken. Zag haar vijfendertig jaar jonger, met haar dansend op een klassenfuif bij hun thuis, ik was weer twaalf, ze zou het waarschijnlijk niet meer weten. Ik hoorde weer het gekwetter van de vogels in de volière van haar man.

'Ik mis hem nog steeds' zei ze.

De man met de rood-groene vogel op zijn schouder. De kerkdienst. De broers achter de refter. Het was niet eerlijk. Alsof het leven eerlijk zou zijn.

'Michel en Paula zijn in februari nog hier geweest. Michel is langer gebleven.'

De vrouw tegenover me straalde. Ze vond het prachtig dat hij Chili zijn thuis noemde.

'En toen kwam de Corona. Anders had hij nog hier gezeten.'

Daar was hij weer, onze nieuwe waarheid, je zou het bijna vergeten tussen de bladeren. De bomen in het park hadden nog even hun mooiste kleren aan. We namen afscheid. Zag haar later nog even bij de verkeerslichten staan.

Achter mijn laptop zocht ik naar plaatjes van Santiago de Chile. Zag wolkenkrabbers, palmbomen en een kabelbaan die boven de stad hing. Het was een andere wereld. Nieuwe vragen brandden. Zou hij nog steeds zoveel lezen? Stond er een orgel in hun appartement?

Ik kwam haar vast weer eens tegen.








21-11-2020