Ik vind parels, overal. Pak ze op en bekijk ze van alle kanten. Doop ze in een beetje inkt.
René schrijft verhalen, columns en gedichten

Witte fietsen


Ik pak mijn mountainbike uit de schuur voor mijn rondje Aerdt. Even de kop in de wind. Een uurtje later loop ik fier rechtop door mijn straat. Het is vandaag Hemelvaartsdag. Ik heb onderweg geen fietser gezien.

Waar is het dauwtrappen gebleven? In mijn jeugd kon je zelfs dauwzwemmen als je geen zin had om te fietsen. Nu lees ik op de site van het Arnhemse Filmhuis dat ik vandaag heel vroeg naar de film zou hebben gekund. Dauwkijken? De hele zaal op een hometrainer? Ik hoor Henny Vrienten zingen dat de wereld veranderd is. Toen dus ook al. Zijn verwondering is van alle tijden.

Ik droom weg. Die keer met zijn vieren, keihard van de Elterberg en dat we daarna in de Bijland gingen zwemmen. Of toen, dat ik pas in het donker weer thuiskwam, bijna 150 kilometer aangetikt. Verreweg het mooiste jaar was dat jaar met Niels. Samen op de racefiets, over de smalle paden van Park De Hoge Veluwe, foeterend op de zondagsrijders op hun witte fietsen.

Pinksteren. Mijn lief vraagt of ik meega naar De Hoge Veluwe. De bus, fietsje pakken en dan naar Kröller Müller. In Schaarsbergen aangekomen, is er geen witte fiets meer te bekennen. Ruim dertig jaar na het racen had ik zelf graag zondagsrijder willen zijn. We doen de zwijnenroute, op blote voeten. Hebben geen fiets meer nodig.

De tocht eindigt weer in Schaarsbergen. Er staat nu een karrenvracht aan fietsen. Door ons intense vertragen, zullen we in de pedalen moeten om nog even door de beeldentuin te mogen rennen. Het racen voelt precies zoals toen. Onderweg zien we twee stellen vier witte fietsen aaneenrijgen met een van huis meegebracht kettingslot. Je moet er maar opkomen. Is 'De Hoge Veluwe voor dummies' al geschreven?

Terug uit het museum zijn onze fietsen natuurlijk gestolen, als je dat zo mag noemen. Een kleine man maakt zich breed op het gazon, staat wijdbeens, de armen over elkaar. In zijn schaduw twee witte fietsen. Loert om zich heen alsof zijn leven ervan af hangt.

We lopen naar het restaurant een stuk verderop. Een overvol terras met op het plein her en der nog een paar witte fietsen.

'Dat wordt vechten zo', grap ik naar mijn lief.




21-06-2019