Ik vind parels, overal. Pak ze op en bekijk ze van alle kanten. Doop ze in een beetje inkt.
René schrijft verhalen, columns en gedichten

Kijken naar iets dat nog niet zichtbaar is


Hij leest een column van Gustaf Kreuz over de dood. Kwetsbare woorden openen de poorten van deze zondag. Een zondag zonder programma omdat geen enkel plan hem ietwat kon bekoren. Haar telefoontje zet deuren verder open, er vast van overtuigd dat ze op reis was. Alsof zijn onderbewuste een kamer had vrijgehouden voor iets dat nog niet zichtbaar is.

Is het de energie van vandaag dat ieder voorstel een beproeving lijkt? De boswandeling een fietstocht wordt? De fietstocht een wandeling in de buurt?
Maar dat dit voor hen helemaal goed is.

Ze gaan over de dijk waar hij al zo vaak liep, in wisselende samenstelling, alleen, of met haar. Het landschap dat steeds weer iets anders met hem doet, naarmate hij ouder wordt. Hij realiseert zich steeds vaker dat hij in de voetsporen van familie loopt.

Vandaag draagt de wandeling verlies in zich, dat wat tussen hen was. Ze weten het, voelen het, spreken het niet naar elkaar uit. Ze kijken door een kier, naar iets dat nog niet zichtbaar is. Tasten af, raken voorzichtig aan, het verlies te groot. Er komt geen korstje op.

Ze staan stil bij een schildpad. Weggedoken in haar huis. Ze lachen naar elkaar wanneer ze een teken van leven geeft. Vragen zich af wat met haar te doen. Hij tilt dit symbool van wijsheid op, weet dat hij thuis op zoek zal gaan naar meer betekenis, loopt er een stukje mee. Voelt het harde schild, vermoedt een warmbloedig dier, gepantserde kwetsbaarheid. Als plots vier poten meelopen, verandert ze ineens in een soort speelgoed. Hij zet haar snel weer neer. Om de schildpad vervolgens aan haar te geven. Reptiel dat vreugde schenkt.

Regendruppels vallen naar beneden. De geur van verkoeling. Zijn hart maakt een sprong, maar niet bij haar. Zij wil terug. En ook dat is helemaal goed.

Ze vraagt hem of ze nog even naar het kerkhof gaan. Het verse graf van zijn tante, nog zonder zerk. Hij is nog niet geweest.

Eerst bewegen ze blindelings naar het graf van zijn andere tante. Met een schuin oog kijkt hij even naar zijn opa en oma naast haar. Ze zegt dat zijn tante pas weer haar sterfdag had. Hij knikt. Drie jaar geleden alweer. Hij loopt langzaam weg, gunt haar een moment. Hij weet dat zij nu opnieuw die hartelijke woorden van zijn tante hoort. Woorden van drie jaar geleden, voor zijn tante zo gewoon, voor haar onbetaalbaar. Als zijn tante toen eens wist.

Ze lopen naar het verse graf. Hij ziet zijn tante door de aarde heen. Twee grote harten vallen op. De stem van zijn oom klinkt in zijn gedachten. De stem die zegt nu te weten waar hij komt te liggen. De grap van zijn oom doet hem beseffen dat het kerkhof zich langzaam vult met familie. Het ontstaan van zijn eigen bedevaartsoord.

Ze mogen het hek op een kier laten voor nieuwe bezoekers. Lopen samen weg. Op weg naar iets dat nog niet zichtbaar is.

















































26-09-2016