Ik vind parels, overal. Pak ze op en bekijk ze van alle kanten. Doop ze in een beetje inkt.
René schrijft verhalen, columns en gedichten

Ik heb een schouder om van te huilen


Twee wonderschone wandelingen in de sneeuw met mijn maatje en foto's van mijn lief op de lange latten komen samen. Ze vraagt of ik acht dagen met haar naar Oostenrijk wil. Ik vraag of een ijsbeer wit is.

Bij ons hotel blijkt alles groen. De volgende ochtend brengt de bus ons naar een langlaufgebied. We vieren de aankomst met cappuccino en Schwarzwalder Kirsch in de volle zon. Nu pas daalt bij me in waarom wintersporters uit mijn klas altijd zo bruin waren.

Een hilarisch avontuur in een overdekte skihal daargelaten – ik viel op twee duimen – sta ik dan nu buiten op ski's in de twee sporen, die loipes blijken te heten. De trainer doet voor en legt uit. Mijn lief maakt foto's van onze latrelatie.

In het tweede rondje mogen we het zelf gaan proberen. Ik hoor de stem van de trainer in mijn hoofd: 'Stokken naar achteren, neus naar voren, voeten afrollen'. Ik geniet. Links voelt al als glijden, rechts voelt nog als werken. Ik krijg steeds meer vertrouwen. Dit is het.

Mijn rechter ski schiet uit de loipe. Ik neem me voor de trainer te vragen hoe ik hiermee om moet gaan. De ski knalt er weer uit. Val voorover. Hoor iets knappen. Ik blijf liggen. Iemand vraagt of het mijn sleutelbeen is. Als ik opsta, vraag ik hem of ik iets gebroken heb. Met een armgebaar vertel ik wat er gebeurd is. Ik schreeuw het uit. Dit is niet goed.

Met mijn ski's onder mijn arm loop ik naar het eind van de loipe. De trainer analyseert mijn woorden. Voor ik het besef zet hij mijn schouder terug in de kom. Naar een dokter moet ik hier niet gaan, die zouden me leegtrekken.

Op het terras komen vele mensen uit onze groep bij me. Een fysio en een sportmasseuse. De aandacht is fijn. Adviezen in alle smaken en tegenstrijdig. Voel me als de de bondscoach en dat iedereen het beter weet. Ik koel met een zak sneeuw. Het ligt er toch.

De hele bus is met me begaan. Ik zing: 'Ik heb een schouder om van te huilen' op de wijs van Guus Meeuwis.

Ik koel veel, pijnstillers, arm in een sjaal en flinke pakkingen Arnica. We zijn niet uit de sauna weg te slaan.

Thuis was ik meteen de boekenkast ingedoken. Nu ben ik de tekens helemaal zat. Iedereen die in Nederland vraagt naar de boodschap kan ik wel schieten. Christiane Beerlandt zal vast iets melden over meer zelfliefde. Daar komt het altijd weer op neer.

Op een nacht in het hotel lees ik op mijn telefoon iets over het contact met mijn kern kwijt zijn.
Het maakt me niet vrolijker. Mijn kern is zeker dat ik wil bewegen.

Mijn huisarts verwijst me naar het ziekenhuis voor foto's. Een breukje in het kapsel van het schouderblad. Ik zucht. En dat bij een kilometer of tien per uur. De zuster die ik te lang aanstaarde in de gang meet me een sling aan.

'Twee weken, dan fysio'.

De dagen kruipen. Wat de boodschap is, klopt steeds vaker op mijn slapen. Niet bewegen doet iets met de geest.
Ik kook zo goed als het gaat voor mijn oom en tante. Met anderhalve arm. Aan tafel probeer ik links te eten. Mijn tante vertelt:

'Als kind heb ik meer dan twintig keer mijn been gebroken. Iedere keer zes weken in het gips'.

Gek toch, dat je in proces alles lijkt te vergeten. Ik ken haar niet anders dan met die beugel aan haar been. Ze is nu bijna 86.

In het park ontmoet ik een bekende van het filmhuis. Ik vraag hoe het met haar zoon is. Vertel dat ik toen zijn petitie nog getekend heb.

'We hebben de 40.000 handtekeningen aangeboden aan de minister maar voorlopig worden zijn medicijnen nog niet vergoed. Hij heeft een vorm van MS waarin hij verder achteruit zal gaan. Hij gaat alleen nog naar Nederlandse, Duitse of Engelse films. Hij kan de ondertiteling niet meer lezen'.

En ik, ik heb slechts een schouder om van te huilen.







26-03-2019