Ik vind parels, overal. Pak ze op en bekijk ze van alle kanten. Doop ze in een beetje inkt.
René schrijft verhalen, columns en gedichten

Ze hebben de bomen gekapt


Nietsvermoedend loop ik door het park, mijn park, zoals zo vaak, al duizenden rondjes, van een kilometer, dertig jaar geleden met de kilometerteller op de racefiets van Niels samen opgemeten, het park waar we trainden voor atletiek, waar ik fit was of juist buiten adem, waar ik later sportte met gym toen ik op het aangrenzende Liemers College zat, waar ik na mijn atletiekcarrière zelf vaak ging hardlopen, het park waar we de hond uitlieten, waar ik schaatste toen het nog vroor, waar we dieren voerden in de kinderboerderij, waar ik zwerfvuil opraapte tijdens schoonmaakacties en daarbuiten, waar ik verliefd was, worstelde met de liefde, met vrienden sprak over alle facetten van het leven, een gebroken hart had, mijn hoofd leegmaakte, ideeën kreeg om verhalen rond te kunnen maken, problemen oploste, voor mezelf of voor een ander, de lucht kon klaren, waar ik huilde van pure wanhoop, ongelooflijke vreugde, of gewoon omdat het kon, waar ik lachte, schaterde of boos was, zo boos dat ik schreeuwde en het me niet kon schelen dat iemand me hoorde, waar ik in mijn hoofd brieven bij elkaar schreef om mensen te schrijven die me tot op het bot gekwetst hadden, waar ik straalde, schitterde, haast licht gaf, het park waar ik langzaam liep, met pijnlijke voeten na een Kennedymars van de dag ervoor, me verwonderde om sneeuwklokjes en krokussen, waar ik minutenlang naar spelende honden kon kijken, prachtige ontmoetingen had, op mijn hoede was voor ongure types, waar ik moed verzamelde om stappen te zetten, het park waarin alle seizoenen altijd even prachtig waren, waar ik zo vrij als een vogel was of met mijn ziel onder de arm liep, dat park, mijn park, mijn Rosorum, nou dat park, daar hebben ze dus, zonder dat ik het in de gaten had, aan de Arnhemseweg, zomaar ineens, gewoon echt, alle bomen gekapt.

03-11-2018